Dames en Heren, ik heb gezegd
VOORWOORD
Met groot
plezier heb ik een aantal jaren op Instituut Sint Marie gewerkt. Buitengewoon
lieve, betrokken, intelligente en inspirende mensen mocht ik hier ontmoeten.
Kinderen, hun ouders en collega die mij bij voortduring hartelijk wisten uit te
nodigen tot het wisselen van emoties en gedachten.
Hoe goed was het, in de vele bijeenkomsten van P.P.D., clusterhoofden en teams
(om er maar eens enkele te noemen) samen na te gaan of de dingen die we
afspraken goed gebeurde, en of we wel de goede dingen afgesproken hadden.
Er is heel wat vergaderd, overlegd en besproken. Gelukkig is niet alles
vastgelegd!
Soms echter heb ik zelf een beeld of gedachte genoteerd.
Als afscheidscadeautje bied ik de mensen waar ik zo graag en zo goed mee kon
samenwerken, dus iedereen van Sint Marie, dit bundeltje aan.
Het bevat enkele korte opstellen, een paar aanzetten tot discussies en (soms
ingekorte) gelegenheidstoespraakjes.
Meestal voelde ik me opgelucht als ik de woorden kon uitspreken:
"Dames en Heren
Ik heb gezegd"...
Dat is nu het geval voor meer dan een toespraakje of betoog. Mijn
"werkleven" zoals dat heet, sluit ik af. Ik heb nogal eens wat
gezegd, misschien al te barok, zwart wit, overdreven en uitvoerig. Hopelijk had
u er soms iets aan.
In ieder geval wil ik met nadruk er aan toevoegen:
"Dank voor Uw
aandacht!"
29 mei '97
Drs. Jan Verhallen
VERHAALTJES VAN VERLANGEN
Er was eens een man die op zoek was naar goud. Hij was heel ijverig en hij zocht overal. Af en toe dacht hij, "Ja, daar ligt iets." Met voortvarendheid schoot hij er dan op af. In zijn zoekend bestaan kwam dan even iets van glans. Dat duurde altijd maar heel kort. Er blonk wel wat, maar bij nader toezien bleek het nooit goud te zijn. Soms overviel hem het bange vermoeden, dat goud alleen te delven zou zijn in de hoge bergen, ver weg. Hij gunde zich geen rust. Hij moest stevig doorstappen. De goudzoeker werd oud, zijn dagen bleven vreugdeloos. Hij bereikte de bergen niet. Zijn grote verlangen werd nooit vervuld.
Een andere man ging er ook op uit om goud te zoeken. Na een poosje dacht hij: "Goud is zó zeldzaam, dat vind ik nooit." Hij begon toen maar allerlei blinkende dingen op te rapen. Die lagen er overal genoeg. Hij hoefde slechts links en rechts te grijpen. Steeds zag hij echter nieuwe blinkertjes. Die leken dan nog mooier, die wilde hij hebben. Hij gooide iets uit zijn rugzak weg en pikte zo'n nieuw ding op. Hij werd er af en toe wel moe van. Zijn ogen deden zeer, hij sloot ze graag en sliep dan wat. Als hij ontwaakte begon het weer opnieuw. Op den duur bleef hij maar het liefst in bed..
Tot mijn verbazing en schrik merk ik, dat deze twee mannetjes soms "familieleden" van mij zijn. Van beiden ken ik bij mijzelf een aantal trekken terug. De eerste verlangt naar iets dat nooit in vervulling kan gaan. Hij zoekt naar iets dat niet te vinden is. Zijn verlangen ligt buiten de menselijke maat. Hij raakt vermoeid en wordt een teleurgesteld man. De tweede is nauwelijks een zoeker te noemen. Hij grijpt zomaar wat om zich heen. Hij lijkt meteen tevreden. Zijn verlangen ligt niet ergens in "de hoge bergen." Hij komt voor de vervulling van zijn verlangens niet meer overeind. "Blijf maar zitten waar je zit..."
Verlangens, vervvachtingen, het gaat over vreemde dingen. Wat je verlangt, wat je vervvacht is er niet. Toch is er geen leven te denken zonder verlangen. Ons leven begint als vervvachting en over de diepte van de doodsrivier heen, blijft die vervvachting bestaan.
Het gaat over hele "gewone dlngen", over eten en drinken, over veiligheid, nabijheid en tederheid... Je verwacht die onmisbaarheden van anderen te krijgen en je verlangt ernaar die aan anderen te kunnen geven.
De eerste goudzoeker wil alleen het pure en alleredelste. In het leven van alle dag is het allemaal niet zo zuiver! In wat hij aangereikt krijgt zit veel rommel. Zelf iets aanbieden kan hij ook niet. Hij heeft immers geen echt goud, en voor minder doet hij het niet. Op voorhand moet hij zeggen: "Vervvacht van mij maar niets." Op voorhand weet hij ook, dat het verstandig is zelf maar niets te verlangen. Het is niet vervvonderlijk dat je daar moedeloos van kunt worden. Ook het gevaar van vereenzaming bestaat. Fanatisme en arrogantie kunnen hem overvallen op zijn barre tocht. "Wat is het domme volk toch gauw tevreden !"
De ander lijkt het gemakkelijker te hebben. Schijn bedriegt. De glans van de dingen dringt zich met grote kracht op. Daar word je onrustig van. Hij weet niet meer wat hiJ het eerste pakken zal. Uit zijn ongeordende buit laat hij dingen vallen. Later heeft hij daar weer spijt van. lets nieuws staat alweer klaar. Het is niet vervvonderlijk dat Je daar overmoedig van kunt worden. Ook bestaat het gevaar, als je zóveel meemaakt, dat je in "verveling" raakt. In zo'n leven kan gemakzucht en vulgariteit zich nestelen.
..Ik ken ze goed, die beide mannen...
Een derde man - onnodig te zeggen dat "man" in de verhaaltjes staat voor "mens" - ging ook op stap. Hij had veel over goud horen vertellen en hij hoopte vurig dat hij het edele metaal zou vinden. Hij kwam op zijn weg veel zoekenden tegen.
Hij vond dat prettlg en hiJ luisterde naar wat ze te rechts van zijn pad liggen. Hlj had geleerd dat hE geworden dat de hoge bergen waar het goud miss De man werd niet verlamd door die onbereikbaarhl dit verhaaltje, had op het eind van zijn tocht zovel kon betalen!
Jouw titel
Dit is waar jouw tekst begint. Ja kan hier klikken en beginnen met typen. Aut odit aut fugit sed quia consequuntur magni dolores eos qui ratione voluptatem sequi nesciunt neque porro quisquam est qui dolorem ipsum quia dolor sit amet consectetur adipisci.
